LandelijkNieuws

Gevaarlijk afval in gevaar op Maasvlakte

Twee heuvels op het uiterste puntje van Tweede Maasvlakte bestaan uit miljoenen kubieke meters zeer gevaarlijk afval van de fossiele industrie. Dit afval ligt op een plek die kwetsbaar is voor zeespiegelstijging en overstromingen. In het najaar van 2016 ontstond er in kleine kring paniek. De stortplaats, de enige die zulk gevaarlijk afval mag opslaan in Nederland, zou medio 2018 z’n maximum capaciteit bereiken en er was geen zicht op een alternatief om het gevaarlijke havenafval veilig op te bergen. Betrokkenen spraken van een ‘dreigend nijpend’ en ‘nationaal probleem’. Dat is te lezen in e-mails die in maart 2019 zijn vrijgegeven na een WOB-verzoek. 

Elke heuvel in Nederland heeft iets te verbergen. In het juiste licht zijn de groene heuvels op de Tweede Maasvlakte bedrieglijk mooi. Er staan bordjes met teksten als ‘Eenden nestelen in konijnenholen’. Op een steenworp afstand ligt strand ‘Maasvlaktestrand’, een mekka voor kitesurfers. 

Maar op andere bordjes staat bijvoorbeeld ‘Grondwater Langsdrain L3’ en ‘Slakkenpercolaat L9’. Sommige bordjes staan met hun rug naar het hek. Ze zijn ook niet bedoeld voor voorbijgangers. 

Artikel gaat verder onder de foto’s

Schone zone

De twee heuvels zijn afgeschermd met hoge hekken en prikkeldraad. Er steken overal vreemde pijpjes uit de helling. De heuvels zijn eind jaren 80 gebouwd. Ze zijn genoemd naar het type afval dat ze in de oorspronkelijke plannen zouden herbergen – C2 en C3.. Beide codes gelden voor onverwerkbaar en zeer gevaarlijk afval. C2 is net iets gevaarlijker dan C3.

Zeer gevaarlijk afval

De twee heuvels op de Maasvlakte herbergen asbest, saneringsgrond, reinigingsresidu, afval van industrie, radioactieve stoffen afkomstig van de fossiele industrie, vliegas, zoute afvalstoffen, slib en industriële as. Het gaat om stoffen die veel te gevaarlijk zijn om als grondstof te dienen. De meeste van die stoffen zijn afkomstig uit de fossiele industrie in de Rotterdamse haven. Ze mogen alleen opgeslagen worden op een ‘klasse 1’-stortplaats, zoals C2 en C3. 

C2 deponie is inmiddels vol en toegedekt. Nu is C3 de enige deponie voor zeer gevaarlijk afval in Nederland. Een werknemer op C3 deponie noemt filterdoeken als voorbeeld van het type afval in het deponie. De filterdoeken zijn afkomstig zijn uit de schoorstenen van de fossiele industrie. Ze dienen om alle gif en zware metalen op te vangen die niet in de lucht mogen komen. 

Het is onduidelijk waar het C2 afval wordt opgeslagen, nu de C2 deponie is gesloten. Misschien (in vaste vorm) in de C3 deponie. Of wellicht ergens in het buitenland. Maar ons land stuurt gevaarlijk afval niet graag de grens over. Nederland heeft als richtlijn dat het zelfvoorzienend wil zijn: afval dat in Nederland gemaakt wordt en verder niet te gebruiken of te verbranden is, moet ook in Nederland gestort worden. In principe dan.

Uranium

Voordat de C2 en C3 deponie er waren, verdween gevaarlijk afval uit de Rijnmond-regio ‘gewoon’ in zee. Nu zijn de heuvels C2 en C3 de eeuwige rustplaats voor gevaarlijk afval. Letterlijk eeuwig. Het is echter de vraag of de bakken waarin het afval is opgeslagen ook eeuwigheidswaarde hebben. 

De C2 deponie haalde rond de eeuwwisseling een paar keer het nieuws. Het afval vatte af en toe spontaan vlam. Nog geen tien jaar nadat de deponie in gebruik was genomen, was er al schade. Rob van Rijn werd in 1999 met zijn shovel de C2-bak ingestuurd om afval te verplaatsen. Hij werd ziek. Van Rijn nam een monster van het afval en ontdekte dat het uranium en zware metalen bevatte. In zijn bloed zat drie keer zo veel lood, arsenicum en cadmium als normaal. Hij had last van spontane borstgroei. 

Dreigend nijpend nationaal probleem 

Over C3 deponie zijn geen schandalen te vinden in de media. Dat is opmerkelijk, want de C3 deponie heeft ons land zeer recentelijk op een haar na in grote problemen gebracht. Dat blijkt uit documenten die zijn vrijgegeven na een WOB-verzoek over het C3 deponie. Uit de WOB-stukken doemt een crisis op, die op het laatste moment is afgewend. 

Het is afvalverwerker Van Gansewinkel – bekend van de slogan ‘Afval bestaat niet’ – die op 6 oktober 2016 aan de bel trekt in een e-mail aan het ministerie van I&W. Van Ganzewinkel waarschuwt dat Nederland vanaf medio 2018 geen capaciteit heeft voor gevaarlijk onverwerkbaar afval. De afvalverwerker spreekt van een “dreigend nijpend” en “nationaal probleem”. 

“Het gaat over onze activiteiten op de Maasvlakte (Deponie VBM Maasvlakte). Die raakt over enige tijd vol en dient derhalve te worden uitgebreid. In C3 ligt gevaarlijk afval, kwik en radioactief materiaal die in de Rijnmond vrijkomen en die nergens anders in Nederland mogen worden opgeslagen. Als de locatie dus vol is en niet kan uitbreiden, heeft dat gevolgen voor de zelfvoorzienende positie van Nederland.” 

Achilleshiel

C3 deponie is de enige plek in Nederland waar de fossiele industrie haar afval kwijt kan. Daarmee is C3 deponie de achilleshiel van de nationale fossiele economie. Immers, als de fossiele industrie z’n afval nergens kwijt kan, heeft dat een ingrijpende consequentie: de productie en verwerking van de fossiele industrie zou gestaakt moeten worden. 

(tekst loopt door onder foto uit het WOB-verzoek)

Afstemming over concept MER

Veel passages uit het bijna 1200 pagina’s WOB-verzoek zijn weggelakt. Uit de eerste twee delen van het twaalfdelige WOB-verzoek blijkt dat er gedoe was met oude regelgeving, met aanstaande regelgeving die niet op tijd zou komen, vergunningen van de aangrenzende baggerdump die uitbreiding onmogelijk maken, eigendomsrechten en erfpacht van de grond. 

Er wordt flink heen en weer gemaild tussen Renewi (de nieuwe naam van Van Gansewinkel), Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf, Verwerking Bedrijfsafval Maasvlakte, het ministerie van I&W/I&M en DCMR. Ook het Havenbedrijf en gemeente Rotterdam zijn op de hoogte. 

Op 13 juli 2018 lag er dan eindelijk een vergunning. Een week later schreef Renewi dat er in de voorbereiding van de vergunningsaanvraag een jaar lang overlegd is, ook over de concept-milieueffectrapportage. 

“veelvuldige afstemmingen zijn geweest met het bevoegd gezag inzake de (concept)aanvraag en de (concept)Milieueffectrapportage.” 

(tekst loopt door onder foto uit het WOB-verzoek)

Uitbreiding “veiliggesteld”

Op 20 december 2018 meldt Renewi op de website dat haar dochterbedrijf Mineralz uitbreiding van het C3 deponie heeft “veiliggesteld”. De stortplaats groeit met maar liefst 85%. De fossiele industrie kan daarmee weer twintig jaar vooruit. 

Er zijn nog veel vragen te beantwoorden over wat er precies is geregeld en met wie. Wat wel duidelijk is: de fossiele industrie in de Rotterdamse haven kan op volle kracht doordraaien. Nederland – en ook Europa dat al even afhankelijk is van de fossiele haven in Rotterdam – zijn niet stil komen te liggen door het nijpend gebrek aan plek voor gevaarlijke afval. Maar juist daardoor razen we onverminderd hard door met dat ánder afvalprobleem van de fossiele industrie: broeikasgassen en klimaatverandering. 

Zeespiegelstijging

Als gevolg van die klimaatverandering stijgt de zeespiegel en dat heeft vroeg of laat consequenties voor de miljoenen kubieke meters zeer gevaarlijk afval die in de kop van de Tweede Maasvlakte liggen opgeslagen. Is er bij de uitbreiding rekening gehouden met de zeespiegelstijging? En met het risico op overstromingen, ook vanwege de zeespiegelstijging?

(tekst loopt door onder risicolandkaartje)

De Tweede Maasvlakte loopt in 2100 volgens dit kaartje risico bij een jaarlijkse overstroming 
in een pessimistisch scenario met veel pech. (Ook in een ‘mid-range’ scenario ziet het er niet goed uit.)
Bron: Climate Central

Het is een kwetsbaar stuk land, voorzag geoloog Hans Roest (TU Delft) al in 2001. In een artikel in de Volkskrant noemt hij de Tweede Maasvlakte de domste plek om gevaarlijk afval te storten, namelijk op een kunstmatige landtong die uitsteekt in de Noordzee, met z’n bijtende zout, met z’n zeespiegelstijging als gevolg van klimaatverandering. 

“Wat je uit de biosfeer wilt halen, moet je niet neerleggen op het werkvlak van de natuur”, zegt de geoloog Roest. “Wij hebben nu eenmaal een andere opvatting van tijdelijkheid dan bestuurders en politici. Geologen vinden een periode van vijfhonderd of duizend jaar absoluut niet lang, terwijl die voor de meeste mensen volledig buiten de horizon ligt.”

Femke Sleegers, 30 november 2019

Naschrift: Ik schreef dit artikel na een workshop van onder andere Dario Ruben Kleimeeren Mike Emmerik bij de Independent School for the City in Rotterdam. We kregen de opdracht om met fotografie onderzoek te doen naar de relatie tussen de rauwe werkelijkheid van de fossiele haven en mooie woorden van de stad Rotterdam. Ik formuleerde het thema ‘elke heuvel in Nederland heeft iets te verbergen‘ en dook in de C2 en C3 deponie. Ik had niet verwacht zóveel troep op te graven…